Winteroorlog

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Winteroorlog was een militaire campagne van de Sovjet-Unie op Fins grondgebied die duurde van 30 november 1939 tot 13 maart 1940.

Voorgeschiedenis

Nadat het Duits-Russische verdrag, het beruchte Molotov-Ribbentroppact, van 28 september 1939 was gesloten, legde de Sovjet-Unie ‘overeenkomsten voor wederkerige verdediging’ op aan Estland, Letland en Litouwen. Moskou stelde toen soortgelijke eisen aan Finland. Op 14 oktober 1939 ging een Finse delegatie naar Moskou, waar Stalin, minister van Buitenlandse Zaken Molotov en Potemkin (de plaatsvervangend commissaris van Buitenlandse Zaken) de eisen aan hen meedeelden.


Deze eisen waren:

  1. Finland zou haar eilanden in de Finse Golf afstaan.
  2. de Finse grens zou opschuiven tot in de Karelische Landengte tussen de Finse Golf en het Ladogameer.
  3. de marine- en luchtmachtbasis bij Hanko zou voor 30 jaar van de Sovjet-Unie zijn.
  4. Finland zou Rybachiy in Lapland afstaan.
  5. er zou een verdrag worden gesloten ter verdediging van de Finse Golf.

Als vergoeding voor deze offers bood Moskou een ‘rechttrekking’ van de grens bij Karelië aan.

Na overleg tussen de Finse president Cajander en de Finse maarschalk Mannerheim kwam Finland met een tegenvoorstel te doen, maar dit werd de de Russen afgewezen.

De eerste aanval

Op 30 november 1939 begonnen de Sovjetstrijdkrachten zonder enige oorlogsverklaring een aanval op Finland.

Toen de aanval begon, waren de strijdkrachten ongelijk verdeeld: 120.000 Finse soldaten moesten het opnemen tegen 300.000 goed bewapende en door 800 vliegtuigen gesteunde Russische soldaten. De Finse luchtmacht had maar ongeveer 100 vliegtuigen. Hun wapens waren ook niet modern, het Suomi-machinepistool werkte goed bij temperaturen onder nul, maar het was geen goed wapen voor de oorlog in het woud. Dat waren de handgranaten van de Finnen al evenmin.

Naast de reguliere soldaten maakten ook 90.000 vrouwen als hulptroepen deel uit van het Finse leger. Zij waren bekend als ‘Lotta’s’, naar de naam van de vrijwilligersorganisatie, Lotta Svärd. In de officiële Sovjet-‘geschiedenis van de Grote Patriottische Oorlog’ staat er weinig informatie over het begin van de Winteroorlog of over de strijdkrachten waarover het Rode Leger toen beschikte.

Dankzij een efficiënte strategie slaagden de Finnen erin om stand te houden tegen de overvallers. De enorm strenge winter bleek in het voordeel van de verdedigers te werken. De Sovjetlegers die deelnamen aan de eerste aanval bleken nauwelijks voorbereid op de koude en de natuurlijke gesteldheid van het gebied. Guerrillatactieken van de Finse troepen bleken succesvol: zo bewogen hele Sovjetdivisies zich in lange colonnes over de Finse boswegen, waarbij een aanval in de flank en een omsingeling relatief makkelijk uit te voeren waren. De Finnen maakten ook handig gebruik van hun bekwaamheid op ski's en schroomden niet de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen die de Sovjets beroofde van essentiële voorzieningen. De officiële geschiedschrijving van de Sovjet-Unie gaf de schuld dan ook aan de troepen; er was een gebrek aan ervaring. Maar eigenlijk lag de schuld eerder bij Molotov, Stalin en hun militaire raadgevers. Zij hadden de vaderlandsliefde, het weerstandsvermogen en de beweeglijkheid van het Finse leger onderschat. Er waren duidelijk blunders gemaakt door het opperbevel van de Sovjets.

De tweede aanval

De tweede aanval werd het Finse leger fataal. De Sovjetlegerleiding had geleerd van de fouten die in het begin waren gemaakt. Deze tweede aanval stond onder leiding van de Russische maarschalk Timosjenko (die het bevel overnam op 7 januari 1940). Er werden nu veel meer, en beter voorbereide troepen ingezet. De Russen hadden een nieuwe aanvalsmethode ontwikkeld, die goede resultaten opleverde. De basis bestond uit massale en niet aflatende artilleriebeschietingen en aanvalsgolven, geconcentreerd op enkele punten van de Finse verdedigingslinie op de Karelische landengte, de zogeheten Mannerheimlinie.

De aanval begon op 1 februari 1940 in de Summasector, het zwakste punt in de Mannerheimlinie. Op 11 februari 1940 hadden Timosjenko en zijn troepen de eerste doorbraak door de linie gerealiseerd. Daarna veroverden ze in hoog tempo steeds meer. Mannerheim probeerde de stad Wiborg te behouden, maar ook deze werd door de Sovjets ingenomen. Het Finse achterland lag hierna open.

De buitenwereld

Finland werd door sympathie van zowel de As als de Geallieerden overspoeld. Italiaanse hulp werd echter door de Duitsers tegengehouden: ze hadden Finland al aan Stalin beloofd en wilden hem niet ergeren. Groot-Brittannië zond brandweerlieden, terwijl de Verenigde Staten vrachtwagens stuurde. Concrete militaire hulp kwam vooral uit Zweden in de vorm van vliegtuigen en een aantal eenheden vrijwilligers. Vrijwilligers uit met name Denemarken en de Verenigde Staten (meest Amerikanen van Finse afkomst) en, in mindere mate, Hongarije en Spanje, arriveerden te laat om nog in actie te komen. Op voorstel van Argentinië werd de Sovjet-Unie geroyeerd als lid van de Volkenbond, maar deze maatregel was louter formeel. De Volkenbond werd tegen deze tijd niet meer serieus genomen en zowel de Sovjet-Unie als andere landen hadden hier geen enkele boodschap aan. Het grootste probleem van de Volkenbond was dat ze geen troepen tot haar beschikking had. Ze kon wel veroordelen, maar ze kon niet daadkrachtig optreden. Finland moest dus in zijn eentje de strijd aangaan.

Het einde en de gevolgen

Op 12 maart 1940 werd in Moskou de vrede getekend op Russische voorwaarden en op 13 maart 1940 kwam er een staakt-het-vuren. De Russen hadden gekregen wat ze wilden, maar tegen een hoge prijs. Duitse waarnemers zouden mede naar aanleiding hiervan het Rode Leger gevaarlijk onderschatten.

Voor de nabestaanden van de 25.000 gesneuvelde Finse soldaten was er de Orde van het Vrijheidskruis. Voor de nabestaanden van de duizenden omgekomen Finse burgers waren er medailles aan een zwart lint.

De focus van de strijd werd door de Winteroorlog op Scandinavië gericht. Duitsland vond dat de Sovjet-Unie maar al te gretig zijn deel opeiste, en de Duits-Russische vriendschap begon te kraken. Angst dat Zweden het volgende land zou zijn, bracht zowel Duitsers als Geallieerden ertoe dit land onder druk te zetten. Zweden leverde immers ijzererts aan Duitsland. Uiteindelijk zou deze situatie tot de inval in Denemarken en Noorwegen leiden. De Finnen zonnen op wraak, en namen een Duits aanbod voor een bondgenootschap met beide handen aan. Dit leidde tot de zogenaamde Vervolgoorlog. Hierdoor zou Finland de Tweede Wereldoorlog ingaan als As-mogendheid.

Belangrijke slagen



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie