Zevenjarige Oorlog

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Zevenjarige Oorlog 1757.jpg
Zevenjarige Oorlog 1758.jpg
Zevenjarige Oorlog 1759.jpg
Zevenjarige Oorlog 1760.jpg
(Kaartjes uit "Der Grosse Herder", 4de dr., 1935)

De Zevenjarige Oorlog (1756-63, ook Derde Silezische Oorlog genoemd), was een oorlog van Pruisen, gelieerd met Engeland, tegen Oostenrijk, Rusland, Frankrijk, Zweden, Saksen en het rijksleger van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk.

1756

Aartshertogin Maria-Theresia van Oostenrijk heeft zich nooit bij het verlies van Silezië (→ Silezische Oorlogen) aan Pruisen willen neerleggen. Aan prins Kaunitz, 1750-53 Oostenrijks gezant in Parijs, gelukt het, gesteund door markiezin de Pompadour, de oude tegenstellingen op te ruimen en in mei 1756 een bondgenootschap tussen Oostenrijk en Frankrijk tot stand te brengen. Met het Rusland van tsarina Elizabeth heeft Oostenrijk al sinds 1746 een alliantie.

De koning van Pruisen, Frederik II ("Frederik de Grote"), wie het niet is ontgaan, dat zijn vijanden zich in toenemende mate bewapenen, besluit hen voor te zijn en valt op 29 aug. met 70.000 man Saksen binnen. August III van Saksen wijst onder druk van minister-president Brühl, de eis van Frederik om een verbintenis met Pruisen aan te gaan, dan wel neutraal te blijven, van de hand; de Saksische troepen trekken zich naar hun basis bij Pirna terug, en de te hulp gesnelde Oostenrijkers worden op 1 okt. bij Lobositz verslagen. De 18.000 Saksers geven zich op 16 okt. over en worden, met uitzondering van de officieren, bij het Pruisische leger ingelijfd; Saksen wordt als veroverde provincie behandeld.

1757

Het Rijk verklaart Pruisen de oorlog, maar Hannover, Hessen, Brunswijk en Gotha blijven Frederik trouw. De geallieerden, waartoe ook Zweden toetreedt, sluiten een aanvalsverdrag en verdelen Pruisen bij voorbaat onder elkaar; Frederik mag alleen Brandenburg houden. Van de grootmachten verplicht zich alleen Engeland Pruisen bij te staan en jaarlijks 4 miljoen thaler aan financiële steun bij te dragen.

Frederik rukt met 170.000 man Bohemen binnen, zegeviert 6 mei bij Praag (Schwerin sneuvelt) en belegert het; als Daun Praag wil ontzetten valt hij deze op 18 juni bij Kolin aan, maar lijdt een totale nederlaag; de Saksische cavalerie geeft de doorslag.

De Fransen onder d'Estrées verslaan de hertog van Cumberland bij Hastenbeck op 26 juli en veroveren Hannover en Hessen. Door hun overmacht kunnen ook de Russen bij Grossjägersdorf op 30 aug. de Pruisen onder Lehwaldt verslaan, maar buiten de overwinning niet uit. Frederik kan zich uit zijn benarde situatie redden door de zege bij Rossbach op 5 nov. op de dubbel zo sterke Fransen en het rijksleger (cavalerie onder Seydlitz) en op 5 dec. bij Leuthen, 34.000 Pruisen tegen 85.000 Oostenrijkers.

1758

Frederik bevrijdt heel Silizië, verovert Schweidnitz en belegert vergeefs Olmütz. Ondertussen dringen de Russen tot aan Brandenburg op; Frederik dwingt ze in de bloedige Slag bij Zorndorf (25 aug.) tot de terugtocht; hierna wendt hij zich naar Saksen, waar Daun hem op 14 okt. in het legerkamp bij Hochkirch overvalt en een zware nederlaag toebrengt (Keith sneuvelt). Desondanks handhaaft Frederik zich in Saksen en Silezië. In het westen slaat Ferdinand van Brunswijk de Fransen terug en verslaat ze bij Krefeld op 23 juni.

1759

Ook een nieuw Frans korps, dat tot aan de Wezer opdringt, wordt door hem op 1 aug. bij Minden verslagen. In het oosten behalen de Russen onder Saltykow op 23 juli bij Kay een overwinning op generaal Wedell en sluiten zich bij de Oostenrijkers aan. 12 aug. is de Slag bij Kunersdorf; Frederik verslaat de Russische vleugel en valt met zijn afgematte troepen tegen het advies van zijn generaals ook de Oostenrijkers aan, maar wordt door Laudon vernietigend verslagen. Onderlinge meningsverschillen tussen de overwinnaars redden hem; de Russen trekken zich naar Polen terug. Toch gaat Dresden op 4 sept. verloren; Frederik wil achter de Oostenrijkers omtrekken en stuurt daarom generaal v. Finck naar het gebergte; deze wordt echter bij Maxen niet ver van Pirna omsingeld en moet op 20 nov. met 12.000 man capituleren.

1760

Frederik probeert vergeefs Dresden weer in te nemen. Intussen valt Laudon Silezië binnen, vernietigt het korps van Fouqué op 23 juni bij Landeshut en verovert Glatz. De aansluiting tussen Russen en Oostenrijkers wordt door Frederik verhindert door diens zege op Laudon bij Liegnitz op 15 aug.

Een vijandelijk korps bezet 9-12 okt. Berlijn. Op 3 nov. verslaat Frederik Daun bij Torgau (bestorming van de Süptitzer Höhe door Zieten). George II van Engeland sterft op 25 okt., zijn opvolger George III weigert financiële ondersteuning van Pruisen voort te zetten.

1761

Frederiks situatie wordt door het ontbreken van financiële steun steeds zorgelijker. Hij moet de strijd te velde opgeven en betrekt het versterkte legerkamp van Bunzelwitz tegenover de Oostenrijkers en Russen, die later uiteen gaan. Laudon overrompelt Schweidnitz; de Russen veroveren Kolberg. Weliswaar verslaat de hertog van Brunswijk op 15 en 16 juli de Fransen bij Villinghausen, maar Silezië, Saksen en Pommeren zijn nu nog maar voor een deel in handen van Frederik. Hij heeft een tekort aan soldaten en de krijgskas is bijna leeg. Hoewel hij manmoedig volhoudt lijkt het einde nabij.

1762

De dood van tsarina Elizabeth van Rusland op 5 jan. verandert de situatie volkomen. De nieuwe tsaar, Peter III, een bewonderaar van Frederik, sluit met Pruisen op 5 mei vrede (waarbij zich op 22 mei Zweden aansluit), en wordt zelfs bondgenoot van Frederik; 22.000 man onder Tsjernysjow komen het leger van de koning versterken. Door de val van Peter en de troonsbestijging van Catharina II op 9 juli lijkt Frederiks geluk van korte duur, maar hij bestormt op 21 juli, terwijl de Russen zich afzijdig houden, Dauns legerkamp bij Burkersdorf, en verovert op 9 okt. Schweidnitz, waardoor heel Silezië op Glatz na herwonnen wordt.

Catharina II erkent de vrede van 5 mei. Saksen wordt door de overwinning van prins Heinrich op 29 okt. bij Freiberg gezuiverd van Oostenrijkers en rijkstroepen. In het westen overvalt hertog Ferdinand op 24 juni de Fransen bij Wilhelmsthal en neemt op 31 okt. Kassel in. Generaal Kleist rukt met een ruiterkorps op naar Neurenberg (29 nov.) en dwingt overal hoge oorlogsschattingen af.

Op 3 nov. wordt in Fontainebleau tussen Frankrijk en Engeland een voorlopige vrede gesloten. Frankrijk, dat in de gelijktijdig gewoed hebbende koloniale oorlog de onderliggende partij was, staat Canada af aan Engeland en verplicht zich buiten de strijd in Duitsland te blijven. Daardoor worden ook de rijksstenden gedwongen vrede te sluiten. Het uitgeputte Oostenrijk kan de oorlog niet alleen voortzetten.

1763

Op 15 febr. wordt de vrede van Hubertusburg gesloten. Pruisen geeft het leeggeplunderde Saksen terug, behoudt Silezië en belooft te zullen instemmen met de verkiezing van Joseph tot keizer van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk. Pruisen heeft zijn bezit tegen de grote Europese coalitie met verve verdedigd en hoort nu zelf tot de grootmachten. De oorlog heeft een half miljoen mensen gekost. De welstand van Pruisen en Saksen is verwoest, maar de roem van Frederik is tot grote hoogte gestegen.

De zeeoorlog

Terwijl de landoorlog het Franse leger bindt, valt de Engelse vloot de Franse, later (sinds 1762 is Frankrijk geallieerd met Spanje) de Spaanse koloniën aan, nadat de Franse Middellandse Zeevloot bij Lagos (aug. 1759) is vernietigd en de vloot van Brest in nov. 1759 bij Quiberon totaal is verslagen. Eerst valt Canada, in 1762 worden Havana en Manilla veroverd; uit Oost-Indië worden de Fransen, behalve uit Ponditcherri, verdreven. De Frans-Spaanse zeehandel loopt zoveel schade op, dat Frankrijk de oorlog economisch niet meer kan voortzetten. Bij de Vrede van Parijs van 10 febr. 1763 moet het zijn kostbaarste koloniën in Noord-Amerika (Canada, het Ohiodal) en Oost-Indië aan Engeland afstaan, dat daardoor een koloniale grootmacht wordt. Spanje moet Minorca teruggeven en Florida afstaan. De grootste verdienste voor de overwinning komt William Pitt de Oudere toe, die tot 1761 de Engelse politiek leidt.

Lit.: Grosser Generalstab (red.): Die Kriege Friedrichs des Grossen, 3. Teil, Bd. 1-12 (1901-13); Brabant, A.: Das Heilige Römische Reich teutscher Nation im Kampf mit Friedrich dem Grossen (Bd. 1 en 2, 1904-11); Decker, C. v.: Die Schlachten und Hauptgefechte des Siebenjährigen Krieges (1837); Venohr, W.: Der grosse König. Friedrich II. im Siebenjährigen Krieg (1995).