Franz von Papen

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Papen.jpg
Franz Joseph Hermann Michael Maria von Papen (* Werl (Westfalen), 29 oktober 1879, † Obersasbach (Baden), 2 mei 1969) was een Duits politicus en diplomaat, wiens politiek ertoe bijgedragen heeft dat Adolf Hitler aan de macht kwam. Hij was één van de drie beklaagden die werden vrijgesproken tijdens het Proces van Neurenberg.

Von Papen, stammend uit de Pruisische landadel, doorliep een militaire carrière en was bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kapitein bij de generale staf. De keizerlijke regering zond hem als militair attaché naar de Verenigde Staten, waar hij in 1917 werd uitgewezen op beschuldiging van ondermijnende activiteiten.

De katholiek Von Papen zat van 1920 tot 1932 (met een korte onderbreking van '28 tot '30) in de Landdag van Pruisen voor de Zentrumspartei. Hij werd in 1932 door rijkspresident Paul von Hindenburg tot rijkskanselier benoemd en volgde hiermee Heinrich Brüning op. Von Papen voerde een autoritair bewind en zijn regering had weinig steun in het parlement en bij de bevolking. Zijn kabinet werd ook wel aangeduid met "baronnenkabinet", omdat vrijwel alle leden van adel waren.

Een van de wapenfeiten uit zijn kanselierschap was het onder curatele stellen van de door de sociaaldemocraten geleide deelstaat Pruisen waarbij hij de steun van Hitler had. Hierdoor werd een belangrijk bolwerk van tegenstand tegen Hitler al voor zijn machtsovername uit de weg geruimd. Toen aan het einde van het jaar Von Hindenburg niet bereid was Von Papen de door hem gewenste dictatoriale volmachten te geven trad hij terug en werd Kurt von Schleicher rijkskanselier.

Von Papen, die een goede bekende was van Von Schleicher, speelde dubbelspel door achter diens rug in januari 1933 contact met Hitler te zoeken teneinde met deze een regering te vormen. Hij meende de nazi’s, als hij ze in een nieuwe regering had opgenomen, wel onder de duim te kunnen houden.

Von Papen wist de tegenstribbelende Von Hindenburg over te halen Hitler toch tot rijkskanselier te benoemen, wat plaatsvond op 30 januari 1933. Von Papen werd vice-rijkskanselier. Al spoedig namen de nazi’s de macht in de regering over en werden Von Papen en zijn andere conservatieve regeringsleden buiten spel gezet.

In juni 1934 hield Von Papen een toespraak in Marburg, waarin hij stelde dat het éénpartij-systeem, en de samenwerking tussen conservatieven en nationaalsocialisten mogelijk tot een einde zou kunnen komen. Joseph Goebbels voorkwam dat de tekst van de toespraak werd gepubliceerd. Enkele weken later werd Von Papen ternauwernood gespaard in de Nacht van de Lange Messen (waarschijnlijk vanwege zijn populariteit bij Von Hindenburg), maar zijn vice-kanselierschap en zijn politieke rol waren hiermee ten einde. In plaats daarvan werd hij ambassadeur in Oostenrijk, en toen deze rol na de Anschluss niet meer mogelijk was, in Turkije. In Turkije wist hij in 1940 een vredesverdrag met dat land te bewerkstelligen.

Een saillant detail was het feit dat Hitler tot twee keer toe van plan was de "reactionaire" Von Papen te laten liquideren. Hitler wilde hem in de Nacht van de Lange Messen van 1934 door de SS laten arresteren en vermoorden, maar bedacht zich. In 1938 dacht hij erover om Von Papen, die inmiddels Duits ambassadeur te Wenen was, te laten vermoorden door Oostenrijkse nationaal-socialisten. De marxistische sociaaldemocraten zouden hiervan de schuld krijgen en Hitler zou een excuus voor zijn bezetting hebben. Ook dit plan werd verworpen.

Beide plannen kwamen Von Papen ter ore, maar hij bleef het Derde Rijk als diplomaat vertegenwoordigen tot dit in 1945 ineenstortte. In de laatste jaren van het Rijk stond hij echter onder huisarrest van de Gestapo.

In 1939 werden alle erebenoemingen van Von Papen bij de Heilige Stoel afgenomen door paus Pius XII. De Pacelli-paus, die als Vaticaans diplomaat nog samen met Von Papen meegewerkt had aan de realisatie van het Concordaat van Rome, zag hem nu als een gecompromitteerde katholiek, die bij zijn medewerking aan het nazi-regime te ver was gegaan. Ondanks de druk van Duitse zijde in 1940 om Von Papen opnieuw te benoemen, weigerde Pius XII. Pas in 1959 zou Von Papen door tussenkomst van paus Johannes XXIII, met wie hij in Istanboel bevriend was geraakt, zijn eretitels bij het Vaticaan terugkrijgen.

Hij was een van de hoofdverdachten in het Proces van Neurenberg, maar werd vrijgesproken. Bij een Duitse rechtbank werd hij vervolgens wel tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar hij kwam reeds in 1949 vrij.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie